Wingsuit

Nog voordat mensen met een parachute uit een vliegtuig sprongen droomden zij er van te kunnen vliegen. Dat heeft tot vele minder succesvolle pogingen geleid. Inmiddels is wingsuit tot een van de meest populaire disciplines in het skydiven.

Om te mogen wingsuiten moet je echter wel een gevorderd skydiver zijn. Zo moet je tenminste 200 vrije val sprongen gemaakt hebben en je B-brevet hebben.

Sinds een aantal jaar zijn er ook een aantal wingsuit wedstrijddisciplines en is het mogelijk om formaties te maken tijdens het wingsuit vliegen.

Wedstrijddisciplines

Tijdens wingsuitwedstrijden wordt een onderscheid gemaakt tussen onderdelen performance en acrobatics.

In het performance onderdeel heb je 3 taken; tijd, afstand en snelheid. Respectievelijk gaat het hier om zo lang mogelijk, zo ver mogelijk en zo hard mogelijk vliegen in je wingsuit.

In het actrobatics onderdeel neem je deel als team. Ieder team bestaat uit 2 performers en 1 camerapersoon. Tijdens de vrije val laten de teams beheersing in het wingsuit zien door allerlei trucs en formaties te laten zien.

Formaties

Ook in het wingsuiten wordt in formatie gevlogen. Zo worden er bigway formaties gevolgen met zoveel mogelijk deelnemers. Maar ook formaties waarbij vrije val en parachute vliegen met elkaar gecombineerd worden.

Dit laatste heet XRW (Cross Relative Work), waarbij wingsuit en ‘High Performance Canopies’ in formatie vliegen met elkaar.